Time for Coons

Wat is DNA?

Wat is DNA?


Iedereen heeft er de mond vol van, maar:

wat is nu eigenlijk DNA?

DNA is alle informatie die door de hele evolutie is verzameld en die nu beschrijft hoe een individu (mens, dier, plant, … ) het leven door gaat. Dus hoe een baby wordt gemaakt, hoe een peuter in elkaar zit, en hoe een oudere eventueel dementeert.  Natuurlijk kun je een individu niet los zien van de omgeving: het DNA kan aangeven dat je niet echt zult dementeren, maar als je genoeg alcohol drinkt (of andere zaken … ) zal dat behoorlijke invloed hebben. Ook kan het DNA (wellicht) aangeven dat je kans hebt om dyslexisch te zijn, maar daar zal bijvoorbeeld een individu die nog in de Amazone-oerwouden leeft,weinig last van hebben.

‘Beschrijft’: het is een soort taal.  Maar een taal met maar 4 tekens.  Wat u nu leest, beschikt over 26 letters, maar ook nog andere leestekens: spatie, komma, punt, vraagteken, etcetera. Dan kom je al gauw tot tientallen tekens – DNA heeft er 4.

Om de DNA-tekst stabiel te houden worden de 4 tekens in een patroon gehouden doordat het gepaard is met een versie in een soort spiegelbeeld. Dit is het ‘dubbele’ deel van de dubbele helix. In de figuur zijn de 4 letters bovenaan aangegeven als staafjes die oranje, groen, blauw, dan wel geel zijn. Het spiegelbeeld paart altijd oranje met blauw, en groen met geel.

Ordenen

DNA (Blauw, in het bovenste deel van de tekening) is strak gewonden om eiwitten (histonen, geel, en oranje), en zit in de kern van de cel verpakt met de histonen in chromosomen (Blauw, onderste deel van de tekening). Genen zijn delen van DNA die kunnen worden uitgelezen en vertaald in eiwitten. Welke genen een cel op een gegeven moment uitleest valt onder 'epigenetica'. (bron: NIH)                                                       

DNA (Blauw, in het bovenste deel van de tekening) is strak gewonden om eiwitten (histonen, geel, en oranje), en zit in de kern van de cel verpakt met de histonen in chromosomen (Blauw, onderste deel van de tekening). Genen zijn delen van DNA die kunnen worden uitgelezen en vertaald in eiwitten. Welke genen een cel op een gegeven moment uitleest valt onder ‘epigenetica’. (bron: NIH)

Elke cel in het lichaam heeft al dat DNA (met uitzondering van rode bloedcellen). Het zit in de kern van de cel, en is bij de mens in elke cel zo’n 2-3 meter lang. Nu even wat voorstellingsvermogen gebruiken: hoe houd je zo’n lange draad uit de knoop? Juist, dat lukt niet zo makkelijk. Daarom zijn er een paar ‘hulpmiddelen’.

Als eerste stap is het verdeeld in, bij de mens, 46 aparte draden: de chromosomen. Bij de kat zijn het er 38. Het is niet toevallig dat dit beide even getallen zijn: het bouwplan van een individu is nogal belangrijke informatie, dus de natuur heeft ervoor gezorgd dat alles (bijna alles) in duplicaat aanwezig is. En elk individu krijgt een set van de vader, en een set van de moeder.

Een tweede stap zal iedereen bekend voorkomen: een spoeltje waar de draad om gewonden zit. Maar deze spoeltjes zijn wel bijzonder: elk spoeltje kent maar twee omwikkelingen van de draad. Daardoor krijg je een dikkere ‘draad’ die uit (spoeltjes + DNA) bestaat.  Deze dikkere draad wordt ook weer gewikkeld, en weer gewikkeld – totdat er een korte dikke draad is ontstaan.

In het figuur ziet u het DNA in blauw, en de ‘spoeltjes’ (histonen) in geel. Nu ziet u wellicht het volgende probleem: een gen, dat stukje DNA dat uitgelezen moet worden, zit wellicht helemaal ontoegankelijk op een spoeltje, omringd door andere spoeltjes, helemaal in het midden. Hoe kan dat ook benaderd worden? Het antwoord is nog niet helemaal duidelijk – om niet te zeggen: helemaal niet duidelijk! Het wordt bestudeerd in de ‘epigenetica’ . ‘Epi’ is een grieks voorzetsel dat zoveel betekent als ‘Wat er nog bij komt’.

Opzoeken

Als je het DNA vergelijkt met een bibliotheek, moet je wel bedenken dat elke DNA-bibliotheek compleet is. Een boeken-bibliotheek bij de basisschool zal geen boeken hebben over theologie. Maar de DNA-bibliotheek in spiercellen heeft wel alle DNA-boeken over het maken en functioneren van bijvoorbeeld niercellen.

Gesteld dat je iets wilt opzoeken in een boeken-biblioteek, waar je iets wilt nazoeken. Misschien bestaat de bibliotheek uit verschillende gebouwen. Dan moet je eerst weten naar welk gebouw je moet gaan. Daarna moet je de juiste verdieping opzoeken. Dan de juiste kamer, de juiste stellingkast, en de juiste plank. En dan vindt je het juiste boek met de juiste pagina’s. Maar misschien is het boek al uitgeleend. Natuurlijk is er een centrale plek in de boeken-bibliotheek waar je kunt opvragen waar je moet zijn.

Voor het DNA is er geen centrale index, of balie, of receptie. DNA moet het hebben van een heleboel merktekens die, in de juiste omstandigheden, naar de juiste plek leiden, en die het daar dan ook mogelijk maken om het gen uit te lezen. En ook merktekens die regelen hoe vaak het uitgelezen kan (of moet) worden. Allemaal DNA, in combinatie met die eiwitten, die histonen. Wellicht dat die kleine stukjes DNA, midden-rechts in het figuur, die je in de opgewonden draad van spoeltjes toch aan de buitenkant ziet, hier de merktekens zijn. Dit zijn dan als het ware boekenleggers, die het makkelijker maken om de draad te ont-wikkelen op de juiste plek. Maar dan heb je nog meer, verdere boekenleggers nodig om tot de juiste plek te komen.

Als we het DNA gaan ‘lezen’, zal er veel DNA zijn dat geen eiwit maakt. Vroeger dacht men dat al dat extra DNA eigenlijk overbodig was, “junk-DNA”. Daar is men wel van teruggekomen. Misschien is er wel “junk-DNA”, maar er is in ieder geval veel DNA dat een andere functie dan het beschrijven van eiwitten. Heel belangrijke functies, en men weet er nog weinig van!



Pagina terug Vorige pagina

Over deze site


Copyright © 2019 coontime.nl
Disclaimer

Laatste check: 12 augustus 2016


Bedankt voor uw interesse in onze artikelen. Houd coontime.nl in de gaten voor nieuw materiaal!