Time for Coons

De taal van DNA

De taal van DNA


De letters

Er zijn 4 letters in de taal van het DNA. Dat beperkt de taal, maar als we om ons heen kijken en van alles levends om ons heen zien: er valt genoeg te vertellen met die 4 letters!

Aminozuren

Heel lang dacht men dat het DNA enkel diende om te beschrijven hoe eiwitten gemaakt moeten worden. Eiwitten zijn eigenlijk ook weer een keten van “letters”. Deze letters zijn aminozuren. Er kunnen honderden aminozuren zijn, maar in ons lichaam zijn er eigenlijk maar 20. Daarvan kunnen we er zo’n 10 zelf maken, maar de andere 10 moeten we in ons voedsel krijgen. Om de (20) aminozuren aan te geven kunnen we het alfabet gebruiken. Elke letter staat voor een specifiek aminozuur.

De vertaling

Met 4 DNA-letters en 20 eiwit-letters (aminozuur), is het duidelijk dat er niet een DNA-letter is voor elk aminozuur. ‘Woorden’ van 2 DNA letters zouden 4 maal 4 = 16 verschillende combinaties zijn, dus nog te weinig. Met ‘woorden’ van 3 DNA-letters zijn er 16 maal 4 = 64 verschillende combinaties, ruim genoeg!

Het DNA dat eiwitten beschrijft (‘codeert’) zit inderdaad in ‘woorden’ van 3 letters. Zo’n woord van 3 DNA-letters wordt een ‘codon’ genoemd. Let wel: geen spaties tussen de woorden, een spatie is ook weer een leesteken.

Op Wikipedia staat een tabel waarin alle mogelijke codons zijn beschreven, met het aminozuur waar het voor codeert. Als extra-tje staat een belangrijke eigenschap van ieder aminozuur ook aangegeven met een kleur.

Laten we eens wat proberen. We gaan spelen met woorden van 3 letters. Wel in het alfabet van 26 letter ;):
zoofepmepwilwiewileenkamdiewatkanmeteenkatwendie

Heeft u de zin hierin ontdekt: “Wie wil een kam die wat kan met een kat”?

Eerste probleem:

Waar beginnen we? En niet ‘zo ongeveer’, maar precies!  Want aan “LwiEwiLeeNkaMdiEwaTkaNmeTeeNkaTtw” hebben we niets, we willen “WieWilEenKamDieWatKanMetEenKat” Dit probleem wordt opgelost door een ander deel van de DNA-code – die een heel eind van de te gebruiken code kan afliggen: denk aan de ‘boekenleggers’ van de vorige pagina. Het is deel van het DNA dat ‘niets lijkt te doen’.

Tweede probleem:

Waar stoppen we? Daarvoor heeft het DNA een speciaal ‘woord’, codon dus, dat zegt: stop. Het zijn er zelfs 3.

Derde probleem:

Men kwam erachter dat binnen een zin soms ook extra DNA erin ‘gepropt’ was. Die stukken noemt men introns (‘intervening regions’). De andere stukken zijn de coderende gedeelten van een gen en heten exons. Hoe het eruit ziet?

zoofepmepwilwiewileenkamendangooienweditstukeruitdiewatkanmeteenkatwendie – oftewel

zoofepmepwilWieWilEenKamendangooienweditstukeruitDieWatKanMetEenKatwendie
S-gen4

En inderdaad, wanneer dit stuk DNA wordt uitgelezen, blijft dit extra stuk erin. Voordat een eiwit wordt gemaakt, wordt het eruit geknipt.

Dan zou je denken dat die stukken dus niets uitmaken, maar dat is nu ook weer niet het geval. Want in een recent onderzoek hebben ze ontdekt wat nu het verschil is tussen katten zonder wit, met een beetje wit, met een beetje veel wit, en katten die enkel wit zijn. En dat is nu net de lengte van zo’n ‘intervening region’, van zo’n intron. Bij katten zonder wit is dit kort, bij katten helemaal wit zijn, is dit stuk best wel lang, en bij katten die zowel wit als kleur hebben, met wit: is dit stuk heel erg lang!



Pagina terug Vorige pagina

Over deze site


Copyright © 2019 coontime.nl
Disclaimer

Laatste check: 15 augustus 2016


Bedankt voor uw interesse in onze artikelen. Houd coontime.nl in de gaten voor nieuw materiaal!