Time for Coons

Rosie

Rosie


Hi, ik ben Rosie, en ik wil je best mijn verhaal vertellen. Ik ga gewoon vertellen over wat ik allemaal heb meegemaakt.

Ik ben geboren samen met 1 zusje en 3 broertjes. Mijn vroegste herinnering is van een warm en veilig plekje, waar Mams voor ons zorgde en ons likte en als melkbar fungeerde. Later werd dat anders: toen kregen we meer ruimte, en konden we lekker samen rennen en springen, en verstoppertje spelen. Er waren mensen, en die speelden met ons, en zorgde voor Mams. We mochten ook buiten spelen, leuk joh, met planten en vogels en kruipsels en wat al niet meer. Oh, toen hadden we ondertussen ook gezelschap van een stel Ooms en Tantes. Op een gegeven moment stopte een van die mensen ons allemaal in een heel grote kooi, en gingen we naar een andere plek, en daar was een ander mens in een witte jas, helemaal niet leuk. Later gebeurde dat nog eens. Ik voelde me toen niet zo lekker, maar ach, dat was snel voorbij, en kon ik weer buiten op onderzoek.  Even later ging mijn zusje weg. Ze werd helemaal alleen in de kooi gezet en ging op reis. Even later zetten mijn mensen mij in die kooi, en zeiden “Zeg maar dag tegen je broertjes!”. Toen de kooi weer open ging, was er geen wit mens, maar een paar andere mensen die me aaiden en kroelden – maar ik ben maar gauw op de grond gesprongen. Daar waren twee andere katten. Ze waren wat vreemd, maar we hadden al gauw kennis gemaakt, en het waren best wel leuke lui. Ze werden eigenlijk een beetje Ooms van me.

En toen ging mijn mens weg. Ik had het niet eens in de gaten, ik was zo druk bezig met spelen en verkennen. En trouwens, die andere mensen, dat werden mijn mensen. Mijn eigen mensen. Vooral de vrouw. Ze kroelde me vaak, en ze gaf me lekker eten. En ze speelde met me. Die Ooms deden wel mee, maar nooit zo erg lang. En later mocht ik daar ook naar buiten. Mijn vertrouwde vogelvriendjes waren er niet, maar wel andere vogels. En ook hier waren kruipers, en fluiters, en wat al niet meer. En die waren ook spannend!

Later werd het veel saaier. Die Ooms waren zo lui, dat kun je je niet voorstellen! Het enige waar ze over konden kletsen, was of de bakken wel op tijd werden uitgeschept. En wanneer er een nieuwe zak voer aangebroken zou worden, want dan smaakte het zoveel lekkerder. En of het plekje in de zon nu lekkerder was dan het plekje op de bank, of omgekeerd.En als ik dan vertelde dat de vogels met een vreemde insluiper hadden gevochten, keken ze me aan met zo’n blik van ‘Waar HEP ze ’t over?’ E hoe die insluiper eruit zag? Hartstikke leuk, die verschillen – maar aan hun niet besteed. Gelukkig was mijn mens er nog, die kon het wel waarderen wat ik allemaal vertelde.

Langzaamaan werd het steeds ongezelliger.  De ooms vonden me maar vervelend, geloof ik, met al mijn verhalen. En als ik dan lekker bij mijn mens was om van alles te vertellen, zette ze me vaak opeens op de grond ‘Nu is het tijd voor Felix, hoor’, zei ze dan. Felix was een van de ooms, die mocht dan bij haar op schoot. Maar Felix had niets te vertellen, die lag daar gewoon stom te genieten! Eerst ging ik dan maar weer naar buiten, maar daar werd het op een gegeven moment wel erg koud! Gaf niet zoveel, ook binnen was er genoeg te onderzoeken en te zien. En mijn mens bracht nog meer naar binnen, oh dat was zo leuk! Een groene boom die erg lekker rook. En daarin deed ze een heleboel ballen waar je tegen aan kon tikken. En als je hard genoeg tikte dan viel-ie op de grond, en kon je verder voerballen. En andere zaken, poppetjes van stro – daar kon je leuk op knabbelen, maar ook weggooien en met je nagels bepalen wanneer het poppetje ging vliegen. En slingers, echt lange slingers! En omdat ze bang was dat we het ‘s avonds niet goed zouden kunnen zien, deed ze er ook nog lichtjes in! Kun je je dat voorstellen? Fantastisch! Nou, ik heb me een nacht ontzettend vermaakt! ‘s Ochtends kwam  mijn mens de kamer in, en ik streek nog speciaal tegen haar benen om haar te bedanken voor dit geweldige kado – pakt ze me op en stopt ze me in de slaapkamer! Ik snap het nog steeds niet, eigenlijk.  OK, ik kreeg wel mijn natje en mijn droogje, en zo af en toe kwam er iemand om met me te praten en zo, maar echt gezellig was het niet! Toen kwam er een nacht met een heleboel lawaai – ik heb de hele nacht onder het bed gezeten! Maar misschien was dat een teken aan mijn vrouwtje om eens goed na te denken, want een paar dagen later mocht ik weer naar beneden. Die mooie boom was weg – waarschijnlijk hebben die stomme ooms hem helemaal kapot gespeeld. De sukkels, ik weet zeker dat ik er meer van had kunnen genieten!

Gelukkig mocht ik wel naar buiten, ook al was het best wel koud. Kon ik tenminste met die vogels spelen, en naar de kruipsels kijken. En soms ving ik een muis! En daarna kon ik lekker bij de verwarming binnen zitten. Op een gegeven moment zat ik daar weer eens na te denken over alles wat ik had gezien, komt die domme Felix langs, vragen of ik de brokjes ook zo flauw vond. Dat hij me voor zo iets banaals kwam storen! Ik vond het te stom voor woorden – ik heb er ook geen woorden aan vuil gemaakt, maar hem gewoon een pets gegeven.  Nou ja, sindsdien verslechterde de sfeer, dat was eigenlijk wel logisch.  Ons mens snapte er niets van ‘Waarom kunnen jullie nou geen vriendjes zijn?’ vroeg ze steeds. Nou – daarom dus!  Gelukkig kon ik nog steeds wel mijn verhalen bij haar kwijt. Ze noemde me dan ‘Gezellig’, omdat ik zo graag bij haar was.  Ze was ook een lief mens, daar niet van, maar – ze was ook de enige die ik iets kon vertellen!

De ooms probeerden me te pesten, maar daarvoor sloeg ik te goed van me af! Maar ons mens werd helemaal hopeloos. Ze probeerde ons apart te houden, en dan weer probeerde ze ons te paaien met speciaal lekker voer. Het leek wel alsof ze gewoon niet begreep dat die ooms een stelletje domme mongolen waren! Daar kon ik toch nooit iets mee hebben? En zij maar proberen om ons vriendjes te laten zijn – onbegonnen werk natuurlijk. Dat zij het nog uit hield met die leeghoofden – ik snapte het niet!

Op een gegeven moment kwamen er andere mensen op bezoek, en weer werd ik in een mand gestopt en ging ik op reis. En weer kwam ik in een ander huis terecht, met alleen die mensen, en geen stomme mongolen! Dat zijn nu mijn mensen, en het is zo leuk! Heerlijk. Het eten is gewoon goed. En niemand die daar stennis over maakt, niemand die zit te zeuren van ‘het zijn nog oude brokjes!’  De bak wordt schoon gehouden – nou ja, schoon genoeg, en niemand die daar moeilijk over doet. Ik wist niet dat het zo een opluchting kan zijn dat niemand daar over zeurt! Mijn nieuwe mensen hebben ook spelletjes, en daar kunnen we tijden mee bezig zijn.

Als ik hier in de tuin ben dan zie ik wel eens buurkatten. Die lijken ook niet al te slim te zijn, maar dat geeft niet zo – die zie ik enkel in de tuin. Ook hier zijn er vliegers en fluiters en kruipers, dus ik vermaak me wel! Ik kan lekker van alles onderzoeken en bekijken, en als ik dan bij mijn mensen kom vinden zij het geweldig!

En paar weken terug haalden ze ook een groene boom in huis. Ook met al die ballen om mee te spelen, en slingers, en lichtjes, en wat al niet meer. Ik was er nu een beetje bang van, maar op een gegeven moment heb ik toch een van die ballen van de boom af gespeeld op de grond, en ben ermee gaan voetballen. Mijn mensen lachen joh! En ‘s avonds mocht ik toen met hun naar de slaapkamer. Op de een of andere manier zijn ze altijd in de buurt als ik met de boom en de ballen ga spelen. Ik denk dat zij het best wel leuk vinden dat ik er zo mee speel! Toen de boom al bijna alle ballen had verloren, werd het opeens druk. Er kwamen meer mensen, en er werd veel gepraat, en ik werd ook veel bewonderd! Waarschijnlijk hadden zij niet een kat die zo leuk met hun boom speelde! Ze gaven me veel complimentjes, en ook snoepjes. Zelf aten ze ook veel mensen-lekkers.  En toen begon het toch opeens te donderen en knetteren en flitsen buiten, niet te geloven! Mijn nieuwste mensen pakten me op en gingen samen met mij naar al die flitsen kijken! Ik weet zeker, dat was een signaal dat alles nu goed zou blijven!

Bij mijn nieuwste mensen kan ik de hele tijd op hun schoot blijven liggen en hele verhalen vertellen, en zij moedigen me aan ‘En toen? Nog meer te vertellen?’ Heerlijk! Ze noemen me wel ‘hun lieve herplaatser’. Ik weet niet wat dat is, maar het moet wel goed zijn, want zij lachen en ik ben zoooo blij in dit nieuwe huisje!

Nou ja, dat is mijn verhaal.  Dat is wat mij is overkomen. Niet erg spannend of zo, maar geloof me – ook een spannend verhaal had geen betere afloop kunnen hebben!



Pagina terug Vorige pagina

Over deze site


Copyright © 2019 coontime.nl
Disclaimer


Bedankt voor uw interesse in onze artikelen. Houd coontime.nl in de gaten voor nieuw materiaal!