Time for Coons

Pascalle

Pascalle


Wat heb ik me heerlijk vermaakt deze dagen – en wat ben ik moe! Gisteren was ik met mijn manmens in de tuin: hij verstopte steeds wat mooi gekleurde maar vreemde balletjes. Dan dook ik de verstopplek in, en haalde het tevoorschijn, en dan kon ik er op het gras mee voetballen. Dan begon hij te lachen en verstopte ze weer.  We gingen weer naar binnen toen het wat donker werd, en hij zei tegen mijn vrouwmens: “Het lukt niet hoor, om die eieren te verstoppen met Pascalle erbij. Ze haalt ze net zo snel weer tevoorschijn. Het is nog een geluk dat ze heel zijn gebleven!” en ze lachten allebei.  Toen, verrassing, kreeg ik ook nog een bakje met van dat lekkere spul, naast mijn gewone brokjes!  Vanochtend was mijn manmens al vroeg in de tuin bezig. Ik wou naar hem toe gaan, maar het luik was dicht. Mijn vrouwmens was druk bezig in de keuken, dus ik heb lekker vanuit mijn warme mandje toegekeken wat ze aan het maken was. Ze gaf me nog extra snoepjes omdat, zei ze, het zo gezellig bakken was als ik lag te snorren.

Vanmiddag kwamen er opeens meer mensen, ook heel kleine kinderen. Mijn mensen noemden ze ‘kleinkinderen’. Nou, klein waren ze wel! Ze hingen om mijn manmens heen en gilden van “Opa, we willen eieren zoeken”.  “We zullen zien wie de beste is”, zei hij, “jullie, of Pascalle.” Toen gingen die kinderen en ik naar buiten toe, en daar vonden ze zo’n gek balletje. Dat had ik gisteren blijkbaar over het hoofd gezien. Misschien waren er wel meer die ik gisteren niet had gezien! Ik ging als een speer weer de bosjes in, met die kleinkinderen, en kijken waar die gekleurde dingen waren.  Ze lachten als gekken, en ik heb lekker gevoetbald met die balletjes, en gespeeld met die kleinkinderen. Het was heerlijk, en ik ben doodmoe!

Ik weet niet wanneer ik voor het laatst zo moe ben geweest. Ik denk heel vroeger, toen ik nog bij Mams was, met mijn broertje en zusjes. Wat speelden we lekker samen! En Mams deed mee, lekker jagen en springen. En er waren andere katten, net zo groot als Mama, en die konden ook met ons spelen, en natuurlijk de mensen van Mama. Toen werd ik op een dag opgepakt, en kwam ik in een ander huis terecht. Met een ander manmens, en een vrouwmens, en een andere grote kat. Die noemden ze Rody, omdat ze rood was. Ze was al wat ouder, maar ze was wel aardig. We speelden samen, en we lagen lekker samen tegen elkaar te slapen. En ’s avonds speelden onze mensen met me. Het was een rustig maar goed en lekker leven. Maar toen kwam het steeds vaker voor dat ze begonnen te schelden en te schreeuwen tegen elkaar. Dat geeft toch zo’n rotsfeer in huis, je ligt echt niet lekker meer te slapen. En van spelen kwam ook steeds minder. Rody werd sacherijnig, en lag meestal boven op de kast en wilde me er niet bij hebben.

Op een gegeven moment werden er een heleboel dingen ingepakt en meegenomen, en op het laatst pakte mijn manmens me op en gingen we ergens anders wonen. Daar stonden al veel van de spullen uit het oude huis – maar Rody was er niet. En het vrouwmens heb ik ook niet meer gezien.  Ik miste Rody wel, maar er werd tenminste geen ruzie meer gemaakt, en mijn manmens speelde vaak met me. Veel later kwam er soms een ander vrouwmens met hem mee. Ze was wel aardig hoor. Ze had een heel apart spelletje: ze aaide me, en dan niesde ze keihard, zodat ik schrok. Dan sprong ik weg, maar wat later kon ik weer bij haar komen, en begon ze weer te aaien. Tot ze weer heel hard in mijn gezicht niesde.  Als we dat spelletje een paar keer hadden gespeeld, ging ze weer weg.

Op een gegeven moment hield mijn manmens een heel lang en ernstig gesprek met me. Wat hij allemaal zei kon ik niet goed begrijpen. Maar hij nam eigenlijk wat afstand. Hij maakte een heleboel foto’s van me, en vulde een stel formulieren in. En toen kwamen op een gegeven moment mijn nieuwe manmens en vrouwmens langs. Ze waren lief!  Ze hadden het erover dat zij moeilijk weg kon, en gezelschap wilde hebben, en dat het goed was als ze voor me kon zorgen en met me kon spelen. Ik ben bij haar op schoot gesprongen en ze kon toch lekker kroelen, echt heerlijk! Ik zat te wachten tot ook zij zou gaan niezen, maar dat deed ze niet. Toen heb ik dat manmens geïnspecteerd.  Kroelen kon hij niet echt, en hij had ook geen lekkere schoot. Maar hij kon wel goed aaien, en ik voelde dat hij wilde spelen.

Ze gingen weer weg, maar een week later waren ze er weer, met een grote mand. Ze haalden me over om daar in te gaan, en toen werd ik opeens in een auto gezet en gingen we naar mijn nieuwe huis. Ik heb niet eens afscheid kunnen nemen van mijn oude manmens! Gelukkig kwam hij een paar weken later even langs, en toen heb ik hem kunnen bedanken voor mijn leven met hem, en voor mijn nieuwe huisje. Want hij heeft er toch maar mooi voor gezorgd dat ik nu zo’n fijn leven heb!  Het was wel duidelijk dat ik nu een nieuw huisje had, en nieuwe mensen. Dit nieuwe huis is groter, en het heeft een tuin! Daar kan ik in, want, zo zegt mijn manmens, “Daar kan geen kat uit!”. Er zit veel gras in, met wormen en mieren en andere kruipers. En er staan bomen, waar ik in kan klimmen. Maar ik kan niet op de takken komen, want er zit een net tussen. En aan de andere kant van dat net zitten vogels, te zingen en me uit te lachen omdat ik niet bij hun kan komen.  En wanneer het warm is zijn er bloemen en vlinders. En vandaag waren er ‘kleinkinderen’ en ‘paaseieren’.

Nu zijn alle extra mensen en ‘kleinkinderen’ weer weg. Mijn mensen zijn moe, en ik ook! Maar zij hebben lekker gegeten, ik heb lekker voer gekregen, en straks gaan we lekker slapen, met zijn drieën op het grote bed! Wat een leven! Mijn mensen zitten me uit te lachen “Zit toch niet zo hard te snorren, Pascalle!”.  Maar het is een goed lachen, en ik ga enkel harder snorren!



Pagina terug Vorige pagina

Over deze site


Copyright © 2019 coontime.nl
Disclaimer


Bedankt voor uw interesse in onze artikelen. Houd coontime.nl in de gaten voor nieuw materiaal!