Time for Coons

Hoog gevoelig

Hoog gevoelig


Hé, je doet me schrikken! Ik lag net zo lekker te doezelen. Ja, hier, mijn favoriete plekje: op de vensterbank, zodat ik kan horen en zien als er iemand aan komt, terwijl ze mij niet kunnen zien: verborgen door de gordijnen achter het glas, en lekker knus in mijn mandje – en dan ook nog eens in het zonnetje. En dat mijn vrouwtje hier dan ook nog eens een mandje neerzette, dat was helemaal geweldig!

Ach ja, mijn vrouwtje. Ik had niet gedacht dat ze zo goed zou uitpakken. De eerste keer dat ik haar zag, vond ik haar niets speciaals. Ze leek wel rustig en aardig, maar waarschijnlijk was het weer zo’n drukdoener – dat waren ze allemaal, toch?

Het begon al bij Mams, daar liep ook zo’n vrouwmens rond. Ze zorgde goed voor Mams, voor allemaal! Maar altijd maar met ons bezig, altijd naar ons kijken, altijd maar spelen. Mijn broers en zusjes vonden haar helemaal te gek, met al dat spelen – dat deden ze zelf toch ook. Altijd maar weer bovenop elkaar springen, staarten pakken, vechten, likken.  Oh, ik hield er best wel van hoor, meestal. Maar soms werd het me wat teveel, en dan zocht ik een plekje om me te verstoppen. Gewoon rustig, dromen. Gewoon kijken naar de anderen, zonder mee te doen. Maar dan vond één van de anderen me wel, en sprong bovenop me. En dan schrok ik. Net zoals ik net van jou schrok. Dan vloog ik mijn rustplaats uit, en dan sprongen al mijn broertjes en zusjes bovenop me. En dat vrouwmens lachen joh, niet normaal meer. Mams had ook niet veel medelijden met me – ze knuffelde me even, en liet me even rustig drinken. Dan zei ze ook wel dat ik het niet zo zwaar moest opvatten, ze bedoelden het wel goed. En ze waarschuwde me dat ik wel terug mocht meppen, maar nooit met mijn nageltjes uit, want anders zou het slecht aflopen. En dan gaf ze me een lik, en dan moest ik weer verder.

Op een gegeven moment kwamen er steeds weer vreemde mensen op bezoek.  Er was één stelletje dat veel met mij wilde spelen, “Wat issie mooi, wat issie speels”, zeiden ze dan.  En het vrouwmens zei dan “Ja, hij speelt met allemaal. Doet verstoppertje, en daagt de anderen uit hem te vinden en met hem te stoeien.” En ze ging door “Ik denk dat hij heel goed bij jullie past. Hij is heel lief, en heeft nooit zijn nageltjes uit! Jullie zoontje kan lekker met hem spelen.” Op een gegeven moment kwam dat stel weer, en ze namen mij met zich mee! Nou, achteraf gezien – ik was liever bij dat vrouwmens gebleven. Bij dat stel woonde ook een jonge hond, en een oudere kat, en een klein mens – dat was het zoontje!  Die kat liet me meestal wel met rust, dus dat was wel OK. Het zoontje – tja, als die met me ‘ging spelen’ was het niet te harden, maar dat gebeurde gelukkig niet al te vaak. En die hond – nou, dat was gewoon hel! Steeds zat die achter me aan. Maar ik ontdekte al gauw dat er boven een klein kamertje was waar eigenlijk nooit iemand kwam. Het zoontje niet, want die was beneden of op zijn eigen kamertje, en de hond ook niet want die mocht niet naar boven. De kat had zijn eigen lievelingsplekjes beneden, in de zon, en de grote mensen kwamen er ook niet vaak. Dus dat was eigenlijk mijn eigen kamertje, waar ik lekker boven op de kast kon slapen, en niemand die wist waar ik was. Ik kon lekker spelen wanneer ik dat wilde, en ik had mijn rust als ik niet wilde spelen.

Op een gegeven moment begonnen de mensen mijn kamertje op te knappen. Voor mij hoefde dat niet zo, ik lag lekker daar bovenop de kast. Maar alles werd schoongemaakt, de muren geverfd, de kast opgeruimd, een speciaal bedje voor me neergezet. Ik vond het wel lief van mijn mensen dat ze dat voor me deden, maar het had eigenlijk niet gehoeven. Bovendien vond ik dat de vrouw wel wat beters kon doen dan zich zo inspannen – het ging helemaal niet goed met haar! Ze werd dik, en begon te puffen, en wat al niet meer!

Net toen mijn kamertje helemaal klaar was – kwamen ze thuis met een nieuw mensen-kitten! En die legden ze in mijn kamertje in mijn bedje! Blèren dat dat ding kon, niet te geloven! En dat werd ook alleen maar erger en harder! En het ergste was: ze deden de deur van mijn kamertje dicht zodat ik er niet meer in kon! Ik wist niet waar ik me nu kon schuil houden. Boven kon niet meer, maar beneden, daar waren de hond en het zoontje. En als die me zagen, begonnen ze met me te ‘spelen’. De kat niet – die bleef lekker op zijn plekjes liggen, en bezag het allemaal wel vanuit de verte. En als ik dan op één van zijn plekjes wilde gaan slapen, joeg hij me weg, omdat het zijn plekje was. Dat begreep ik ook wel, maar ik wilde ook een rustig plekje!

Op een gegeven moment was het zoontje weer met me aan het ‘spelen’. Maar toen opeens had hij een van mijn oren vast en begon er aan te trekken! Dat deed toch pijn, ongelooflijk! En hij hield maar vast, en ik was al zo moe, en de baby lag te dreinen en de hond … en de kat … – en toen ontplofte ik. Ik gaf het zoontje een pets in het gezicht, en ik vergat helemaal mijn nageltjes in te houden.  Nou, mams had gelijk:  dat liep slecht af! Er kwam bloed op het gezicht van het zoontje, en hij begon ook te blèren, en de vrouw kwam aangelopen, en die schrok zich rot en begon naar me te slaan en me op te jagen – ze joeg me naar ‘het washok’ en deed de deur dicht. In het washok stonden een paar grote machines die vaak veel lawaai maakten. Het was er erg ongezellig, helemaal geen kleedjes, geen bak, geen voer. Maar ook geen hond, en geen zoontje, dus ik kon daar eindelijk even rusten!

Na een tijdje deden ze de deur open. Ik naar buiten, de woonkamer in – daar zaten ze allemaal naar me te kijken. Het zoontje begon zachtjes te huilen, en de baby was aan het dreinen, de kat zat te kijken wat er gebeuren zou, – en de hond sprong op me af met blaffen en spelen en rennen en druk doen. Dat kon ik er niet bij hebben, dus ik zette een hoge rug op en blies eens goed naar hem. En toen hij op me af kwam, heb ik hem toch een haal gegeven! Met mijn nageltjes uit, want het kwaad was toch al geschied.  Nou, meteen paniek in de zaal! Ze pakten de bezem erbij en joegen me weer dat washok in! Toen gaven ze me daar ook een eigen bak, en voer en water – dus ik had daar eigenlijk wel een rustig plekkie. Zo rustig, dat ik eigenlijk vond dat er wel weer eens wat mocht gebeuren.  Toen deden ze de deur eens wat langer open, en ik kon weer de huiskamer in. Ik stond heel verbaasd te kijken, want alleen de man was er, en de kat.  Ik heb de man eens langs zijn broek gestreken en ben toen naar de kat gegaan. Die zei dat ze allemaal ‘uit wandelen’ waren, zodat ik er eens uit kon. Dat vond ik wel best, eigenlijk. Ik heb de hele kamer eens goed geïnspecteerd op nieuwe geurtjes en andere zaken, en ben toen lekker  in het zonnetje gaan liggen.  Lang kon het helaas niet duren, want toen dirigeerde de man me weer naar het washok.

En toen, op een dag dat ik in de kamer mocht, was er ook een andere vrouw. Met een grote mand die naar katten rook. Ze bekeek me, en speelde wat met me. Dat vond ik wel leuk, want dat was al heel lang geleden! Toen zei ze “Ik denk dat het allemaal wel zal meevallen. Mijn kinderen zijn al wat ouder, en de katten kunnen wel een speelmaatje gebruiken.” En toen zette ze me in die grote mand – en ik heb nooit die man met vrouw en zoontje en baby en hond en kat meer teruggezien. Dat was wel erg plotseling!

In mijn nieuwe huis deed die nieuwe vrouw de mand open, en ik zag gelijk al twee wat grotere kinderen en een paar katten. Die bliezen naar me ‘Wat moet jij hier!’. Gelukkig stond er een bank waar ik onder kon kruipen. Die kinderen gingen toen op de vloer liggen en begonnen met een soort hengel over de vloer naar me te slaan. Toen zei de vrouw wel dat ze me met rust moesten laten. Later waren de kinderen verdwenen, en toen ik onder de bank vandaan kwam, kon ik de kattenbakken vinden, en ook water en wat te eten.  De andere katten kwamen ook langs, en maakten duidelijk dat ze het goed hadden zonder me, en dat ik me dus maar niets moest verbeelden. Dat deed ik ook helemaal niet!

De tijd die volgde was eigenlijk niet slecht. Als de kinderen niet thuis waren lag ik soms naast de vrouw op de bank, en dan begon ze met me te spelen. Dan kwamen de andere katten er al gauw bij, en namen het spelletje over. Dan kon ik in de vensterbank liggen. En de kinderen waren ook wel OK. Ze moesten vaak ‘huiswerk maken’, dan lieten ze me met rust. Daarna gingen zij met me spelen, maar dat ging vaak heel ruw en luidruchtig. Ik zorgde er meestal maar voor dat ik op mijn plekje onder de bank zat. Soms kon ik er niet op tijd komen, maar dan blies ik naar ze en dan lieten ze me wel gaan.  Tot die keer toen ze een vriendje hadden meegenomen. Hij pakte me heel onhandig vast, en toen ik me los wilde maken, begon hij te lachen en me nog harder vast te pakken, tot het zelfs pijn deed.  De andere kinderen zeiden dat hij me los moest laten, maar dat deed hij niet. Toen heb ik hem een paar halen gegeven en in zijn duim gebeten – toen liet hij me vallen! Ik ben direct naar mijn plekje onder de bank gerend! En daar ben ik verder ook maar gebleven, voordat ze me weer in een washok of zo stopten! De kinderen zwiepten soms wel met die hengel onder de bank, maar dan blies ik maar wat, en dan lieten ze me weer met rust. ’s Avonds, als zij naar bed waren, handelde ik wel mijn normale zaken af!

Toen kwam mijn huidige vrouwtje eens langs. Ze was er een tijdje, en zei toen dat ze dacht dat we het samen wel zouden kunnen vinden. Jaja, dacht ik nog, dat ken ik. Maar toen kwam ze nog eens, en nam me mee. Ze zette de mand in een klein kamertje waar een heleboel spullen stonden. Ze liet me zien waar de kattenbak stond, en ook voerbak, en water. En toen ging ze weg.  Ik zag een kast waar ik onder kon kruipen. Vandaaruit zag ik een gemakkelijke stoel die er heel lekker uitzag. Maar toen kwam zij terug, en ging zij daar zitten. Gewoon,  zitten lezen, daar. En zo af en toe praatte ze. “Ik weet eigenlijk niet of je wel zo speels bent” zei ze dan. “Ik denk dat het meer een zenuwachtigheid is. Omdat het te druk is om je heen. Nou, doe maar rustig wat je wilt, en dan zien we wel.”

Nou, zo heb ik er een week of zo gezeten. Het was wel vaak druk in het huis. Dan kwam er iemand langs, of zelfs op bezoek, binnen. Maar die bleven altijd beneden. En elke dag kwam ze wel een paar keer bij mij boven op bezoek. Op een keer vergat ze de deur dicht te doen. Ze had er ook net een doosje neergezet, zal wel per ongeluk zijn geweest, zodat de deur ook niet dicht kon.  Ik heb een hele tijd gekeken wat er allemaal op de gang gebeurde. Dat was niets, eigenlijk! ’s Avonds kwam ze weer op bezoek. En toen ze wegging stond het doosje er nog steeds. Toen ben ik eens rond gaan neuzen. Helemaal geen gekke geurtjes, geen honden, geen andere katten, geen kinderen. Wel andere mensen, maar dat was beneden. Maar ik zorgde wel dat ik op tijd terug was in mijn kamertje!

En zo heb ik het hele huis kunnen verkennen. Op een keer, toen ze weg was, heb ik dit plekje ontdekt. Het was zo een lekker warm plekje, in de zon, ik viel er vanzelf in slaap. Daarna ging ik vaker hier liggen als ze wegging. Op een gegeven moment ben ik daar blijven liggen toen ze terugkwam. Ze vond het blijkbaar niet arg dat ik hier lag, want ze zette zelfs dit mandje voor me neer! Dus nu is dit mijn eigen plekje, in plaats van de kamer boven. Er komen nog steeds veel mensen langs, maar dat geeft niet. Soms komen ze binnen. Dan hoor ik ze wel over ‘kat’ en ‘vensterbank’, maar dan zegt mijn vrouwtje “Laat hem maar, hij is op zijn rust gesteld. Als hij eraan toe is, dan komt hij wel.”  En als zij zelf in de buurt kwam, dan kroelde ze me even.

En toen kwam er een avond dat ze rustig TV zat te kijken. Ik dacht ‘Ik probeer het eens, om ook op de bank te springen, naast haar’. Ze deed helemaal niets, behalve dat ze me begon te aaien. Heerlijk. En eigenlijk is dat nu mijn leven. Mijn vrouwtje heeft me hier dit mandje gegeven, en nu is dit plekkie helemaal top! Mijn vrouwtje zorgt heel goed voor me, en als we op de bank zitten dan kroelt ze lekker met me, en ’s avonds slapen we samen op het bed. En soms gooit ze propjes op de vloer. En soms speel ik daarmee. En als er bezoek komt, dan kom ik wel eens kijken, en ruiken. Dan aaien ze me, en soms spelen ze wat met me. En soms vind ik het bezoek maar niets. Dan blijf ik in de vensterbank. En als ze heel gek ruiken, of als ik er een vreemd gevoel bij krijg, ga ik snel naar boven. Klinkt het saai? Ik vind het goddelijk!



Pagina terug Vorige pagina

Over deze site


Copyright © 2019 coontime.nl
Disclaimer


Bedankt voor uw interesse in onze artikelen. Houd coontime.nl in de gaten voor nieuw materiaal!